Werknemer vraagt en krijgt net op tijd een ontslagvergoeding
Mevrouw De Zwaan* werkt als consultant bij een IT-organisatie in het midden van het land. Na een dienstverband van 12 jaar krijgt mevrouw De Zwaan te horen dat haar functie vanwege een reorganisatie komt te vervallen. Volgens haar werkgever is er geen andere passende functie voorhanden en is ontslag onvermijdelijk.
Op zich heeft mevrouw De Zwaan begrip voor het standpunt van haar werkgever in de verwachting dat er gesproken zou gaan worden over een fatsoenlijke afvloeiingsregeling. De werkgever laat haar echter weten dat er een ontslagaanvraag wordt ingediend via het UWV Werkbedrijf en dat een ontslagvergoeding niet aan de orde is.
Mevrouw De Zaan schakelt ons kantoor in en vraagt ons om advies en verdere begeleiding. In overleg met mevrouw De Zaan stelt een van onze arbeidsrechtspecialisten vast dat de kans erg groot is dat het UWV Werkbedrijf een ontslagvergunning zal afgeven. De werkgever kan namelijk aannemelijk maken dat er sprake is van een slechte bedrijfseconomische situatie en bovendien komt de functie van mevrouw De Zaan daadwerkelijk te vervallen.
Anticiperend op de komende ontslagvergunning bespreken wij met mevrouw De Zwaan twee scenario's. In het eerste scenario voeren wij verweer in de schriftelijke ontslagprocedure bij het UWV Werkbedrijf en wachten wij af of de ontslagvergunning daadwerkelijk wordt afgegeven. Het dienstverband van mevrouw De Zwaan zal dan door de werkgever worden opgezegd. Hierna zouden wij voor mevrouw De Zwaan via een zogenaamde procedure wegens kennelijk onredelijk ontslag bij de kantonrechter alsnog een behoorlijke vergoeding kunnen claimen. Wel bespreken wij met mevrouw De Zwaan de nadelen die aan deze procedure verbonden zijn: de relatief lange duur, de kosten en de onduidelijkheid over de wijze waarop de rechter in die procedure de ontslagvergoeding vaststelt.
Scenario twee gaat uit van een snellere oplossing. In dit scenario vragen wij namens mevrouw De Zwaan zelf om ontbinding van haar contract bij de bevoegde kantonrechter. Er staat immers zo goed als vast dat het dienstverband zal eindigen. De ontbindingsprocedure is een relatief snelle procedure, maar kan alleen gevoerd worden zolang er nog sprake is van een dienstverband. Het is dus noodzakelijk dat de rechter in deze procedure een uitspraak doet voordat de opzegtermijn verstreken is.
Na afweging van alle kansen en risico's wordt in overleg met mevrouw De Zwaan gekozen voor de ontbindingsprocedure die met spoed wordt opgestart. De rechter is van mening dat er in deze situatie inderdaad een behoorlijke ontslagvergoeding door de werkgever betaald moet worden. Inmiddels heeft de werkgever de ontslagvergunning verkregen en is het dienstverband van mevrouw De Zwaan opgezegd. Volgens de advocaat van de werkgever zou de kantonrechter deze opzegging niet mogen doorkruisen door de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
De rechter wijst de werkgever echter op de wettekst waarin opgenomen is dat een arbeidsovereenkomst op elk moment ontbonden kan worden. Enkele dagen voor het verstrijken van de opzegtermijn ontbindt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst van mevrouw De Zaan en kent hij haar een vergoeding toe op basis van de neutrale kantonrechtersformule C=1.
* In verband met de privacy van de betrokkene is gekozen voor een fictieve naam.