Directeur krijgt van tevoren afgesproken ontslagvergoeding
De heer Versteeg* is al ruim 20 jaar werkzaam als statutair-directeur bij een middelgrote onderneming die zich bezighoudt met het fabriceren van kantoormeubilair. In zijn arbeidscontract is een bepaling opgenomen waarin staat dat de heer Versteeg bij een eventueel ontslag recht heeft op een ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule met een correctiefactor van C=1.
In deze bepaling staat vermeld dat de heer Versteeg bij ontslag recht heeft op een ontslagvergoeding op basis van de kantonrechtersformule behalve als er sprake is van een ontslag op staande voet of bij ontslag na twee jaar ziekte.
De onderneming waar de heer Versteeg leiding aan geeft wordt overgenomen en al snel laat de nieuwe eigenaar weten dat de functie van de heer Versteeg ingrijpend gewijzigd zal worden. De heer Versteeg krijgt een veel lagere functie van sales manager aangeboden en er wordt flink druk op hem uitgeoefend om deze functie te accepteren.
Daarop besluit de heer Versteeg om Van Gelderen Arbeidsrechtadvocaten om advies te vragen. In overleg met de heer Versteeg stellen wij vast dat de aangeboden functie niet passend is en de werkgever bovendien elk redelijk overleg uit de weg gaat. Namens de heer Versteeg delen wij de werkgever mede dat hij de functie niet zal accepteren, maar dat hij de bereidheid heeft om de situatie verder te bespreken.
De werkgever spreekt daarop van werkweigering en roept een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen om de heer Versteeg te kunnen ontslaan. De aandeelhouders nemen daarop een ontslagbesluit en zeggen de arbeidsovereenkomst van de heer Versteeg op met inachtneming van de overeengekomen opzegtermijn van 6 maanden. De werkgever is vervolgens niet bereid om de vooraf overeengekomen ontslagvergoeding uit te betalen.
Namens de heer Versteeg wordt de rechter ingeschakeld om de werkgever te verplichten de afvloeiingsregeling alsnog na te komen. De rechter stelt vast dat de werkgever onzorgvuldig gehandeld heeft. De aangeboden functie is niet passend en bovendien heeft de werkgever slecht werkgeverschap getoond door het voorgestelde overleg van de hand te wijzen. Gelet op de heldere formulering van het overeengekomen afvloeiingsbeding wordt de werkgever veroordeeld tot het betalen van de contractueel vastgelegde ontslagvergoeding. Ook wordt de werkgever in de proceskosten veroordeeld.
* In verband met de privacy van de betrokkene is gekozen voor een fictieve naam.